Maatwerkcalculatie Calculeren voor de werkplaats

Praktische gids

Hoe bereken je een uurtarief dat je vaste lasten en je onbetaalde uren echt dekt?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 8 minuten lezen

Werk in een Nederlandse winkel of werkplaats. Beeld bij het artikel: Hoe bereken je een uurtarief dat je vaste lasten en je onbetaalde uren echt dekt?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

Een uurtarief dat je uit je hoofd noemt, dekt bijna altijd te weinig. Het houdt stand zolang de werkplaats vol zit, en het valt door de mand zodra een project uitloopt of de bandzaag een week stilstaat. Deze gids bouwt het tarief opnieuw op, van vaste lasten en machinepark tot de uren waarin je tekent, offreert, inkoopt en opruimt.

Waarom het tarief in je hoofd bijna altijd te laag is

Vraag tien meubelmakers naar hun uurtarief en je krijgt tien bedragen die verdacht dicht bij elkaar liggen. Dat komt zelden doordat ze het allemaal apart hebben uitgerekend. Meestal is zo'n tarief ooit overgenomen van een collega, een keer opgehoogd toen het plaatmateriaal duurder werd, en daarna blijven staan.

Het bezwaar is niet dat dat bedrag per se verkeerd is. Het bezwaar is dat je niet weet wat erin zit. Zakt een opdrachtgever met je mee in prijs, dan kun je niet zien of je marge weggeeft of onder je kostprijs duikt. Bij seriewerk merk je zoiets na een half jaar aan je bankrekening. Bij maatwerk merk je het nooit, omdat elk project anders is en je uitkomsten daardoor onvergelijkbaar lijken.

Een tarief dat je zelf hebt opgebouwd doet iets anders: het geeft je een ondergrens die je bewust kunt overschrijden. Je kunt dan nog steeds een project scherp aannemen, maar dan weet je precies hoeveel je erop toelegt en waarom.

Stap 1: tel op wat de werkplaats kost voordat er iets gemaakt wordt

Begin niet bij je loon, maar bij de rekeningen die doorlopen als je een week ziek bent. Dat is het deel van je tarief dat het hardst wordt onderschat, omdat het niet aan een project vastzit en dus in geen enkele calculatie opduikt.

Zet alle jaarlasten van de werkplaats bij elkaar in een lijst. Pak er je jaarrekening bij en werk de grootboekregels langs; je administratie moet je toch zeven jaar bewaren, dus de gegevens liggen er. Denk in elk geval aan deze posten:

  • huur of hypotheeklasten van de loods, plus gemeentelijke heffingen;
  • energie, verwarming en de afzuiginstallatie die de hele dag draait;
  • verzekeringen: aansprakelijkheid, inventaris, rechtsbijstand, arbeidsongeschiktheid;
  • bedrijfsbus, onderhoud, brandstof en de kilometers naar inmeetadressen;
  • kleingereedschap, verbruiksartikelen, zaagbladen, schuurmiddelen en bevestiging;
  • keuringen en veiligheid: hijs- en hefgereedschap moet volgens het Arbobesluit ten minste eenmaal per jaar worden gekeurd, en elektrische arbeidsmiddelen inspecteer je periodiek volgens NEN 3140;
  • de risico-inventarisatie en -evaluatie met plan van aanpak die de Arbowet van elke werkgever vraagt, plus opleidingen en certificaten zoals VCA, dat tien jaar geldig blijft;
  • boekhouder, software, telefoon, internet, bank- en betaalkosten;
  • afvoer van afval, restanten en verpakkingsmateriaal.

De posten die vaak buiten de lijst blijven

Drie categorieen ontbreken bijna altijd. De eerste is voorbereiding van werk dat niet doorgaat: elke offerte die je maakt en niet wint, is betaalde tijd die uit de gewonnen projecten moet komen. De tweede is herstel en garantie, want een deur die kromtrekt kost materiaal, uren en een rit. De derde is scholing en het bijhouden van je vak, van een cursus op een nieuwe CNC tot het uitproberen van een andere lijm.

Zet die drie als aparte regels in je lijst met een bedrag dat je op je eigen ervaring baseert. Ze verdwijnen anders in het niets, en juist daar zit een deel van je verdwenen marge.

Stap 2: reken je jaar terug naar factureerbare uren

De tweede helft van de som is de deler: hoeveel uren kun je werkelijk doorberekenen? Hier gaat het bij vrijwel iedereen mis, omdat mensen hun contracturen of hun aanwezigheid als deler gebruiken.

Reken het jaar liever van boven naar beneden af. Begin bij de weken die je open bent, trek vakantie, feestdagen en ziekte eraf, en houd zo je aanwezige uren over. Haal daar vervolgens alles vanaf wat je niet op een project kunt schrijven: offreren, inmeten, inkopen, bellen met leveranciers, administratie, machineonderhoud, opruimen en de gesprekken die op niets uitlopen.

Wat overblijft zijn je productieve uren, en dat is de enige eerlijke deler. Werk je alleen, dan schrikt die uitkomst je waarschijnlijk. Werk je met een paar mensen, doe de oefening dan per persoon, want een leerling en een ervaren bankwerker hebben een heel andere verhouding tussen productief en niet-productief.

Wat het urencriterium hier wel en niet mee te maken heeft

Voor de inkomstenbelasting geldt voor zelfstandigen het urencriterium van 1.225 uur per kalenderjaar, een voorwaarde voor onder meer de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de meewerkaftrek. Dat aantal telt ook je administratie en je acquisitie mee, en het wordt niet naar rato verlaagd als je maar een deel van het jaar onderneemt.

Verwar dat criterium niet met je calculatiedeler. De fiscus telt alle uren die je aan de onderneming besteedt; jouw tarief mag alleen gedeeld worden door de uren die je kunt factureren. Wie 1.225 gebruikt als deler, rekent zichzelf rijk. Reken er wel mee dat je fiscale ruimte krimpt: de zelfstandigenaftrek wordt sinds 2020 stapsgewijs afgebouwd tot 900 euro in 2027 en de mkb-winstvrijstelling is de afgelopen jaren verlaagd. Wat je netto overhoudt van dezelfde winst wordt dus kleiner, en dat hoort in je tariefopbouw terug te komen.

Stap 3: verdeel de kosten over werksoorten in plaats van over een enkel tarief

Eén tarief voor de hele werkplaats is een gemiddelde, en gemiddelden zijn dodelijk voor maatwerk. Spuitwerk in een aparte cabine kost iets anders dan monteren bij de klant thuis, en lassen kost iets anders dan schuren. Zolang je alles op één tarief boekt, subsidieert je goedkope werk je dure werk zonder dat je het ziet.

Maak daarom een handvol werksoorten en verdeel de kosten daarover naar redelijkheid. Denk aan bankwerk, machinaal verspanen, lassen, spuiten, montage op locatie en werkvoorbereiding. Wijs de ruimte, de energie en de afzuiging toe aan de plek waar ze worden verbruikt, en de bus en de reistijd aan montage.

Vier bouwstenen van een tarief per werksoort
BouwsteenWaar het bedrag vandaan komtHoe vaak bijwerken
Vaste lasten van de ruimteJaarrekening, verdeeld naar vierkante meters per werksoortEens per jaar
Arbeid en toeslagenLoonkosten of je eigen beloning, plus verlof en verzuimBij elke loonwijziging
MachinelastTarief per machine-uur uit je machinelijstBij aanschaf of groot onderhoud
Onbetaalde tijdOffertes, opruimen, herstel en scholing uit je urenregistratieElk kwartaal toetsen

Stap 4: houd het machinepark buiten je uurtarief

Een klassieke fout is de kolomboormachine, de kantenbander en de vijfassige CNC allemaal in hetzelfde uurtarief proppen. Een uur handwerk gaat dan hetzelfde kosten als een uur waarin een dure machine draait, en dat klopt niet: de machine schrijft af, vraagt onderhoud, verbruikt stroom en moet worden ingesteld voordat er ook maar iets uitkomt.

Reken per machine een eigen tarief per draaiuur en tel dat bij het arbeidstarief op wanneer die machine daadwerkelijk aan staat. Zo blijft handwerk betaalbaar en gaat machinaal werk kosten wat het kost. In het artikel over wat een machine-uur in je eigen werkplaats werkelijk kost staat die berekening met afschrijving, onderhoud en keuringen helemaal uitgewerkt.

Stap 5: tel je eigen beloning en je fiscale werkelijkheid erbij

Nu pas komt je loon in beeld. Kies een jaarbedrag waarvan je kunt leven, inclusief pensioen, een buffer voor arbeidsongeschiktheid en de belasting die je over je winst betaalt. Werk je met personeel, houd er dan rekening mee dat er sinds 1 januari 2024 een wettelijk minimumuurloon geldt en dat je bij ziekte tot maximaal 104 weken loon moet doorbetalen. Die twee jaar zijn geen theoretisch risico; ze horen als opslag in je tarief.

Let ook op de kleine dingen die buiten het tarief vallen maar wel geld kosten. Reiskosten mag je onbelast vergoeden tot 0,23 euro per kilometer, een bedrag dat sinds 1 januari 2024 geldt. Voor de klant zijn dat losse regels op de offerte, niet iets wat je in je uurtarief hoort te verstoppen.

Ten slotte de btw. Je tarief reken je altijd exclusief btw en op je offerte zet je het tarief dat van toepassing is, meestal 21 procent en bij bepaalde werkzaamheden 9 procent. Pas je de kleineondernemersregeling toe, met de omzetgrens van 20.000 euro per kalenderjaar, dan breng je geen btw in rekening maar mag je ook geen voorbelasting aftrekken. Je materiaal wordt daarmee duurder, en dat hoort in je kostprijs terug te komen.

Stap 6: toets je uitkomst en houd hem levend

Je hebt nu een tarief per werksoort. Leg dat naast wat je vandaag rekent. Ligt je nieuwe tarief hoger, dan is dat geen aanleiding om morgen elke offerte te verhogen, maar wel om te weten wanneer je onder je kostprijs zit.

Toets het tarief daarna aan de werkelijkheid door periodiek een afgerond project na te rekenen. Begrote uren naast geschreven uren, begroot materiaal naast bonnen. Wijken je aannames structureel af, dan pas je de deler aan, niet de uitkomst. Dat is precies de reden waarom je urenregistratie en je nacalculatie in dezelfde omgeving horen te staan als je calculatie: de calculatiemodule van Maatwerkcalculatie rekent je tarieven per werksoort en per machine door in elke offerte en laat de marge zien voordat je verstuurt.

Wil je zien welke andere posten stilletjes je marge opeten, lees dan ook de rekenfouten die telkens terugkomen in maatwerkoffertes. En als je van een tekening naar een prijs wilt werken zonder stappen over te slaan, gebruik dan het stappenplan van werktekening naar calculatie.

Drie vuistregels om je tarief scherp te houden

  1. Werk je vaste lasten eens per jaar bij, direct nadat je jaarrekening klaar is.
  2. Toets je deler per kwartaal aan je werkelijke urenregistratie, niet aan je gevoel.
  3. Pas je tarief aan bij een investering of een verhuizing, niet pas als je in de knel zit.

Conclusie: een tarief dat je kunt uitleggen, verdedig je ook

Een uurtarief is geen onderhandelingstruc maar de uitkomst van een som: alles wat de werkplaats kost, gedeeld door de uren die je echt kunt factureren, verdeeld over werksoorten en aangevuld met een apart tarief per machine. Wie die som één keer maakt, praat daarna anders over prijs, omdat hij precies weet welk deel van de offerte kostprijs is en welk deel marge.

Maatwerkcalculatie is gebouwd om die som niet elk kwartaal opnieuw te hoeven doen: je legt je tarieven per werksoort en per machine vast, en elke calculatie rekent ermee door tot en met de marge onderaan de offerte. Achtergrond over de keuzes achter het pakket lees je op de pagina over Jimenez Julien. Wil je je eigen tarieven een keer samen narekenen op een lopend project, vraag dan een demo aan via het contactformulier; je krijgt binnen twee werkdagen persoonlijk antwoord.

Verder lezen