Kosten en budget
Wat kost het om een machine een uur te laten draaien in je eigen werkplaats?
Een machine-uur kost veel meer dan de stroom die erin gaat. Zolang afschrijving, onderhoud, keuringen en stilstand nergens apart staan, verdwijnen ze in je uurtarief en betaalt het handwerk mee aan de CNC. Dit artikel bouwt een tarief per machine op, van de aanschafbon tot de regel die onder je calculatie komt te staan.
Waarom je machinepark een eigen post in de calculatie hoort te zijn
In veel werkplaatsen zit het machinepark verstopt in een enkel uurtarief. Alles wat de zaak kost wordt gedeeld door de factureerbare uren, en daarmee is de kous af. Dat werkt zolang elk project ongeveer evenveel machinetijd vraagt. Bij maatwerk is dat nooit zo.
Het ene project is een kast waar de plaatzaag en de kantenbander een halve dag voor draaien. Het andere is een trapleuning die vooral op de bank wordt gemaakt, met een lasapparaat en veel schuurwerk. Reken je beide met hetzelfde tarief, dan subsidieert het handwerk het machinewerk. Je merkt dat niet aan één project, maar wel aan de vraag waarom de klussen met veel machinetijd altijd wat tegenvallen.
Een apart machinetarief lost dat op. Je haalt de kosten van de machines uit het uurtarief van je mensen en zet ze op de plek waar ze horen: bij de uren dat de machine daadwerkelijk voor een project draait. Hoe je dat uurtarief van je mensen daarna opnieuw opbouwt, staat in de gids over een uurtarief dat je vaste lasten en onbetaalde uren dekt.
De vijf kostenposten achter een machine-uur
Pak één machine en verzamel alles wat die machine per jaar kost. Doe dat per machine en niet per machinehal, want juist de verschillen tussen machines maken het tarief bruikbaar.
Afschrijving en financiering
De aanschafwaarde smeer je uit over de periode dat je de machine verwacht te gebruiken. Neem daarbij de kosten mee die op de bon volgen maar er niet op staan: transport, fundering, elektra, persluchtaansluiting, afzuiging, inbedrijfstelling en de opleiding van je mensen. Trek er de restwaarde af die je bij verkoop of inruil verwacht.
Financier je de machine, dan is de rente een kostenpost naast de afschrijving. Lease je, dan is het leasebedrag de post en vervalt de afschrijving. Reken nooit met de fiscale afschrijving alleen: die volgt de regels van je aangifte en niet het tempo waarin je machine versleten raakt.
Onderhoud, slijtdelen en gereedschap
Onderhoud is de post die het vaakst te laag wordt geschat, omdat je hem per keer betaalt en nooit optelt. Neem het jaarlijks servicecontract mee, de storingen ertussendoor, de wisselstukken, en alles wat sneller slijt naarmate de machine harder draait: zaagbladen, frezen, boren, schuurbanden, lijmpatronen, laspunten en filters.
Gereedschap dat bij één machine hoort, hoort ook bij dat tarief. Een frezenpakket dat alleen op de CNC past, hoort niet in de algemene pot kleingereedschap.
Keuring, veiligheid en verplichte administratie
Rond een machine hangt een schil aan verplichtingen die geld en uren kost. Zet die schil in het tarief, dan hoef je er bij de offerte niet meer over na te denken.
- Hijs- en hefgereedschap moet volgens het Arbobesluit ten minste eenmaal per jaar worden gekeurd. Voor een werkplaats met een kraanbaan, een plaatlift of hefbanden is dat een terugkerende factuur.
- Elektrische arbeidsmiddelen inspecteer je periodiek volgens NEN 3140. Die inspectie kost tijd van de keurmeester en stilstand van de machine.
- De Arbowet verlangt van elke werkgever een risico-inventarisatie en -evaluatie met plan van aanpak. Werkgevers met ten hoogste 25 werknemers mogen een erkend branche-instrument gebruiken en hoeven de RI&E dan niet te laten toetsen. Toezicht op arbeidsomstandigheden ligt bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.
- Opleiding en certificering horen erbij. VCA-diploma's zoals B-VCA, VOL-VCA en VIL-VCU zijn tien jaar geldig, dus er komt met regelmaat een hercertificering langs.
Energie, perslucht en afzuiging
Het opgenomen vermogen van de machine zelf is meestal het kleinste deel. De afzuiging, de compressor, de verwarming van de hal en de verlichting boven de machine draaien mee zodra jij aanzet. Reken met wat de installatie samen trekt in een draaiuur, niet met het typeplaatje van de motor.
Ruimte, software en verzekering
Een machine bezet vierkante meters, en die kosten huur, verwarming en gemeentelijke heffingen. Daar komen bij: de licentie van de aanstuur- of CAM-software, de service-updates, en het deel van je inventarisverzekering dat op deze machine slaat.
De deler: hoeveel draaiuren maakt die machine echt?
De teller is het makkelijke deel. De deler bepaalt of je tarief klopt. Reken niet met de uren dat de werkplaats open is, maar met de uren dat de machine aan een project werkt.
Begin bij de openingsuren van je werkplaats en haal er stap voor stap af wat geen projecturen zijn: vakantie en feestdagen, onderhoud en keuring, storing, insteltijd voor proefstukken, en de uren waarin de machine simpelweg niet nodig is omdat er montage of afwerking op het programma staat.
Wat overblijft zijn je draaiuren. Bij een machine die maar een paar dagen per maand nodig is, valt de deler laag uit en het tarief hoog. Dat is geen rekenfout maar een signaal: die machine moet meer draaien, uitbesteed werk is misschien goedkoper, of het tarief moet inderdaad hoger.
Insteltijd en draaitijd zijn twee dingen
Insteltijd is meestal manuur en machine-uur tegelijk: iemand staat erbij, de machine staat stil of loopt leeg. Draaitijd kan onbemand zijn, bijvoorbeeld als een CNC een nesting afmaakt terwijl jij verder gaat op de bank. Splits die twee, want anders reken je bij seriewerk te veel manuren en bij enkelstuks te weinig.
Zo zet je het tarief in elkaar
De som blijft simpel: alle jaarkosten van de machine gedeeld door de draaiuren per jaar. Het werk zit in het volledig krijgen van de teller en het eerlijk houden van de deler. Deze tabel helpt je bij het verzamelen.
| Post | Wat je erin zet | Waar je het vindt |
|---|---|---|
| Afschrijving | Aanschaf plus opstelling min restwaarde, verdeeld over de gebruiksduur | Aanschaffactuur, installatienota, jaarrekening |
| Financiering | Rente of het leasebedrag per jaar | Leningsovereenkomst, leasecontract |
| Onderhoud | Servicecontract, storingen, wisselstukken | Facturen van de dealer en de monteur |
| Slijtdelen | Bladen, frezen, banden, filters, laspunten | Inkoopfacturen van het afgelopen jaar |
| Keuring | Jaarlijkse keuring hijs- en hefgereedschap, inspectie volgens NEN 3140 | Keuringsrapporten en de bijbehorende facturen |
| Energie | Machine, afzuiging, compressor, verlichting boven de machine | Energienota, opgenomen vermogen, draaiuren |
| Ruimte | Vierkante meters maal de kostprijs per meter | Huurcontract, hypotheek- en heffingsnota's |
| Software | Licentie, updates, bijscholing op de besturing | Licentiefacturen, cursusnota's |
Je administratie moet je zeven jaar bewaren, dus je hebt vrijwel alle bonnen die je nodig hebt al liggen. Loop een volledig kalenderjaar door en zet elke regel die aan een machine hangt bij die machine. Dat is een middag werk en gaat daarna elk jaar sneller.
Van tarief naar regel in de calculatie
Een machinetarief is pas nuttig als het per project een aantal uren krijgt. Zet daarom in je calculatie per bewerking twee regels: de manuren voor de werksoort en de machine-uren voor het apparaat dat eraan te pas komt.
- Bepaal per onderdeel welke machines nodig zijn en in welke volgorde.
- Zet de insteltijd apart van de draaitijd, ook als het om minuten gaat.
- Reken de insteltijd één keer per serie en niet één keer per stuk.
- Geef onbemande draaitijd wel het machinetarief, maar geen manuren.
- Tel de programmeer- of tekenuren voor de besturing bij de voorbereiding, niet bij de machine.
Zo zie je bij elke offerte hoeveel van de prijs machinetijd is. Dat maakt de vraag of je een bewerking beter uitbesteedt eindelijk beantwoordbaar: je vergelijkt de prijs van je toeleverancier met je eigen tarief in plaats van met een gevoel.
Toets je tarief aan afgeronde projecten
Een tarief dat je een keer uitrekent en nooit toetst, zakt langzaam weg van de werkelijkheid. Leg daarom bij afgeronde projecten de begrote machine-uren naast de werkelijke. Hoe je zo'n vergelijking opzet, staat uitgewerkt in het praktijkvoorbeeld waarin voorcalculatie en nacalculatie naast elkaar liggen. Wijkt het structureel af, pas dan je deler aan en niet je uitkomst.
Wanneer een nieuwe machine zich terugverdient
Met een machinetarief per machine wordt een investeringsvraag een rekenvraag. Je weet wat het huidige apparaat per uur kost en hoeveel uren het draait. Voor de nieuwe machine maak je dezelfde som met je verwachte draaiuren, en je vergelijkt de twee uitkomsten.
Let daarbij op drie dingen. Een snellere machine verlaagt je kosten alleen als de vrijgekomen uren ook echt gevuld raken met betaald werk. Een machine met meer capaciteit dan je orderportefeuille aankan, drukt je deler omlaag en je tarief omhoog. En een machine die vaker gekeurd of onderhouden moet worden, brengt kosten mee die pas in het tweede jaar zichtbaar worden.
Reken de investering ook door in je materiaalkeuze en je bewerkingsvolgorde. Een machine die minder snijverlies geeft, verdient zichzelf voor een deel terug op de inkoopfactuur. Hoe je met wisselende materiaalprijzen en CNC-tijd omgaat, staat in het artikel over prijzen die wekelijks wisselen en CNC-tijd die meetelt.
Drie fouten die machinetarieven onbruikbaar maken
- Eén tarief voor alle machines. Een kolomboor en een vijfassige CNC hebben niets met elkaar gemeen. Wie ze middelt, rekent bij eenvoudig werk te veel en bij zwaar werk te weinig.
- De deler te optimistisch kiezen. Rekenen met de maximale bezetting van een goed jaar geeft een laag tarief dat in een rustige maand onderdekking oplevert.
- Stilstand niet zien. Een machine die stilstaat door een storing of een wachtende leverancier kost dezelfde afschrijving. Die uren horen uit de deler, niet uit je marge.
Conclusie: reken per machine, dan weet je wat elk uur kost
Een machine-uur bestaat uit afschrijving, financiering, onderhoud, slijtdelen, keuringen, energie, ruimte en software, gedeeld door de uren dat het apparaat echt voor een project draait. Zet die som één keer per machine op, splits insteltijd van draaitijd, en je weet bij elke offerte welk deel van de prijs uit je machinepark komt.
Dat is precies wat de calculatiemodule van Maatwerkcalculatie voor je bijhoudt: per machine een tarief, per project de uren, en onderaan de calculatie de kostprijs, de verkoopprijs en de marge in euro's en procenten. De achtergrond bij de keuzes in het pakket lees je op de pagina over Jimenez Julien. Wil je je eigen machinepark een keer samen doorrekenen op een lopend project, vraag dan een demo aan via het contactformulier; je krijgt binnen twee werkdagen persoonlijk antwoord.