Maatwerkcalculatie Calculeren voor de werkplaats

Vergelijking

Wanneer schiet je eigen calculatiesheet in Excel tekort en heb je calculatiesoftware nodig?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 7 minuten lezen

Werk in een Nederlandse winkel of werkplaats. Beeld bij het artikel: Wanneer schiet je eigen calculatiesheet in Excel tekort en heb je calculatiesoftware nodig?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

Bijna elke werkplaats calculeert in een eigen sheet, en meestal werkt die sheet prima. De vraag is niet of Excel kan rekenen, want dat kan het uitstekend. De vraag is vanaf welk moment je sheet meer tijd kost dan hij oplevert, en welke risico's je er stilzwijgend mee accepteert.

Waarom de eigen sheet zo hardnekkig is

Een calculatiesheet die je zelf hebt gebouwd, past als een handschoen. Hij spreekt jouw taal, kent jouw kastindeling, en jij weet welke cel je moet aanpassen als de klant een andere greep wil. Dat is geen achterstand, dat is opgebouwde kennis. Wie dat wegzet als ouderwets, snapt de werkplaats niet.

Het punt is dat een sheet met je meegroeit tot een bepaald punt, en daarna tegen je gaat werken. Die omslag komt zelden door één grote fout. Hij komt door een stapeling van kleine ongemakken: een tabblad dat niemand anders begrijpt, een prijslijst die drie maanden oud is, een formule die per ongeluk een rij overslaat.

Deze vergelijking loopt zes punten langs waarop een sheet en een calculatiepakket echt verschillen. Niet om Excel af te serveren, maar om te bepalen waar jouw grens ligt.

Punt 1: actualiteit van je materiaalprijzen

In een sheet staat de prijs van een plaat multiplex op de plek waar je hem ooit hebt ingetypt. Bij een nieuwe offerte kopieer je het vorige bestand, en de prijs van vorige maand reist mee. Zolang prijzen stabiel zijn, gebeurt er niets. Zodra ze bewegen, offreer je met verouderde inkoop en merk je dat pas bij de factuur van je leverancier.

Een calculatiepakket houdt de prijslijst los van de calculatie. Je werkt een leveranciersprijs op één plek bij, en het pakket laat zien welke openstaande calculaties daardoor onder je margegrens zakken. Verzonden offertes blijven staan zoals ze de deur uitgingen, want daar heb je je aan verbonden.

Werk je met materialen waarvan de prijs per week verschuift, dan is dit meestal het punt waarop de sheet als eerste knelt. Hoe je daarmee omgaat staat verder uitgewerkt in het artikel over calculeren met materiaalprijzen die wekelijks wisselen.

Punt 2: versiebeheer en de vraag welke offerte de echte was

Een klant belt over de derde versie van de kastenwand. Je zoekt in je map en vindt vier bestanden, waarvan er twee dezelfde naam hebben met een toevoeging. Welke heb je verstuurd? En welke uren stonden daarin?

Dat is geen theoretisch probleem. Het raakt je positie zodra er discussie ontstaat over wat er is afgesproken, en het raakt je administratie, want je moet je administratie zeven jaar bewaren en dan moet je ook kunnen laten zien welke versie de basis voor de factuur was.

Een pakket houdt versies vast aan het project in plaats van aan een bestandsnaam. Je ziet wat je wanneer hebt verstuurd, wat de klant heeft geaccepteerd en welke wijzigingen daarna zijn gekomen. Dat is vooral van belang bij meerwerk, waar de wet je vraagt om je afspraken vast te leggen.

Punt 3: zicht op je marge op het moment dat het ertoe doet

De meeste sheets rekenen keurig een verkoopprijs uit. Wat ze zelden doen, is de marge tonen op het moment dat je erover onderhandelt. Je ziet een totaal, de klant vraagt of er wat vanaf kan, en je haalt er een bedrag af zonder te weten hoeveel ruimte er nog was.

Software kan dat anders doen omdat het de kostprijs meedraagt: onder elke calculatie staan kostprijs, verkoopprijs en het verschil, in euro's en in procenten. Stel je zelf een ondergrens in, dan krijg je een signaal voordat de offerte verstuurd wordt in plaats van erna.

Marge weggeven mag. Marge weggeven zonder het te weten is het verschil tussen onderhandelen en gokken.

Punt 4: overdraagbaarheid en het busfactor-probleem

Een sheet die alleen jij begrijpt, is een risico. Val je uit, dan ligt de calculatie stil. Wil je een werkvoorbereider aannemen, dan moet die eerst jouw logica leren voordat hij een offerte kan maken. Wil je ooit je bedrijf overdragen, dan draag je een bestand over waar de kennis niet in staat maar omheen zit.

Een pakket dwingt structuur af: werksoorten, tarieven, materialen, sjablonen. Die structuur voelt in het begin beperkend, en dat is ook zo. Daar staat tegenover dat iemand anders er binnen een dag mee kan werken, en dat je bij ziekte niet meteen je offertestroom verliest.

Wanneer die structuur juist in de weg zit

Eerlijk is eerlijk: als je werk zo uiteenloopt dat geen enkele opzet twee keer terugkomt, dan is een strak pakket soms trager dan een leeg blad. Maak je vooral kunstobjecten of eenmalige constructies, dan is de winst van sjablonen klein. In dat geval blijft de kern van de meerwaarde bij de tarieven en de marge, niet bij de herbruikbaarheid.

Punt 5: rekenfouten die je niet ziet

Een formule die één rij te kort loopt, valt niet op. De uitkomst blijft plausibel, want je vergelijkt hem met je gevoel en niet met een controlegetal. Precies daarom horen rekenfouten in sheets tot het soort fouten dat pas bij de nacalculatie boven water komt.

Dit is niet iets wat software magisch oplost, maar de foutkans verandert wel van aard. In een pakket voer je regels in en rekent het systeem; in een sheet voer je regels in en onderhoud je ook nog de berekening zelf. De fouten die daarbij ontstaan, staan op een rij in het artikel over rekenfouten die je marge kosten zonder dat je het merkt.

Punt 6: wat er na de offerte gebeurt

Een sheet stopt bij de prijs. Alles wat daarna komt, doe je elders: uren bijhouden, bonnen verzamelen, meerwerk noteren, factureren. Die knip is de reden dat nacalculatie er zo vaak bij inschiet, want je moet gegevens uit drie systemen bij elkaar zoeken voordat je iets kunt vergelijken.

Er komt bovendien beweging in de factuurkant. Leveranciers van de rijksoverheid factureren sinds 1 januari 2017 elektronisch, onder meer via het Peppol-netwerk, en de Europese ViDA-richtlijn maakt e-facturatie voor grensoverschrijdende B2B-transacties verplicht per 1 juli 2030. Wie zijn calculatie en zijn facturatie al aan elkaar heeft geknoopt, heeft daar minder werk aan dan wie alles met de hand overtypt.

Zes vergelijkingspunten naast elkaar
PuntEigen sheetCalculatiepakket
PrijsactualiteitPrijs staat in het bestand en reist mee met de kopiePrijslijst staat los en signaleert verouderde calculaties
VersiebeheerBestandsnamen en mappenVersies hangen aan het project
MargeUit te rekenen, meestal achterafZichtbaar voor verzenden, met eigen ondergrens
OverdraagbaarheidAfhankelijk van de makerVaste structuur, sneller over te dragen
FoutkansFormules onderhoud je zelfRekenregels staan vast, invoer blijft mensenwerk
Na de offerteLosse systemen voor uren en facturenUren, meerwerk en nacalculatie op hetzelfde project

Vier signalen dat je sheet zijn beste tijd heeft gehad

  1. Je durft de sheet niet meer aan te passen omdat je bang bent iets te breken.
  2. Je kopieert bij elke offerte een oud bestand en past er een paar cellen in aan.
  3. Je kunt niet binnen een minuut zeggen wat je marge op het vorige project was.
  4. Er is niemand anders in het bedrijf die een offerte kan maken zonder jou.

Herken je er twee of meer, dan is het gesprek geen kwestie meer van smaak. Dan kost de sheet je geld, alleen niet op een plek waar het opvalt.

Wat een verstandige overstap eruitziet

Gooi je sheet niet weg. Draai eerst een periode dubbel: reken drie of vier lopende projecten in beide om en vergelijk de uitkomsten. Verschillen ze, dan leer je iets over je eigen aannames, en dat is de winst nog voordat je overstapt.

Begin daarna met je tarieven en je meest gebruikte materialen, en bouw pas sjablonen als je ziet welk werk echt terugkomt. Loop je nieuwe offertes de eerste maanden na met de checklist voor het nalopen van een maatwerkofferte, zodat je zeker weet dat er niets is weggevallen bij het overzetten. Weet je nog niet of je tarieven zelf wel kloppen, begin dan bij dat vraagstuk en niet bij het gereedschap.

Conclusie: kies op waar het schuurt, niet op wat modern klinkt

Excel is geen probleem en software is geen oplossing. Het verschil zit in prijsactualiteit, versiebeheer, zicht op marge, overdraagbaarheid, foutkans en wat er na de offerte gebeurt. Wringt het op twee of drie van die punten, dan verdient een pakket zich terug; wringt het nergens, blijf dan rustig rekenen zoals je rekent.

Wringt het wel, dan is het calculatiepakket van Maatwerkcalculatie gebouwd voor precies dit werk: materiaal met snijverlies, uren per werksoort, machinetijd en de marge onderaan, voordat de offerte verstuurd wordt. Wie het gemaakt heeft en waarom, lees je op de pagina over Jimenez Julien. Wil je je eigen sheet een keer naast het pakket leggen met een echt project erin, vraag dat dan aan via het contactformulier; je krijgt binnen twee werkdagen persoonlijk antwoord.

Verder lezen